Category Archives: Travel: reizen, food & drinks

NM 1260 240 nullam goes-1

Nullam gaat ergens op avontuur of city trip en kiest er voor jou de leukste plekjes uit, vaak ook gelinkt aan de plaatselijke gastronomie. Mijn reisverhalen en -ontdekkingen zijn de inspiratie voor jouw volgende trip. En dat kan ook een zondagse daguitstap zijn.

#Travel #Citytrip #reisblog #travelgram #gastronomie

Nullam goes Boedapest

Gerbaud 1

Boedapest, één van de populaire city trip bestemmingen sedert jaren, ligt aan de oevers van de Donau. De naam is een samensmelting van Buda en Pest, de twee steden die werden één gemaakt in 1873. Het is een stad met een zeer rijke traditie, waar je nog steeds de invloeden van de Turkse overheersing en van de Donaumonarchie ziet. Het is de geboortestad van onder andere Lazlo Bíró, uitvinder van de balpen, Ernő Rubik, uitvinder van de Rubiks kubus en Roby Lakatos, een Hongaarse violist, bekend door zijn mix van Hongaarse zigeunermuziek en andere muziekstijlen, én ontdekt in België in de jaren 80 toen hij met zijn ensemble in het Brusselse restaurant “Les Ateliers de La Grande Ile” optrad.

De nationale taal is het Hongaars, het Magyar,en dat roept natuurlijk beelden op van zigeuners in kleurrijke folklorepakjes. De keuken, net zoals de cultuur, is een beetje East meets West, een slimme mengeling oosterse mystiek en westerse tradities. In de vroege middeleeuwen was de Hongaarse keuken vooral beïnvloed door de Italiaanse (Siciliaanse) keuken, later door de Turkse overheersers, de 19e eeuwse Franse keuken en natuurlijk ook door de Oostenrijkers. Toch zijn er nog vele gerechten die hun oorsprong vinden in het nomadenbestaan. Het is zeker geen lichte keuken.

Boedapest culinair beschrijven in een paar zinnen is onmogelijk. Hieronder een beetje uitleg over waar naar toe in Boedapest, als je op zoek bent naar de oude traditionele koffiehuizen en naar zoetigheden.

Kavehaz 1

Kávéház

Boedapest is bekend voor zijn koffiecultuur. De kávéház of koffiehuizen maakten in de glorietijd een belangrijk deel uit van de lokale levensstijl. Koffie werd indertijd door de Turken geïntroduceerd, samen met de strudel. De Turken brachten de filodeeg mee, en baklava. De Hongaren maakten hun eigen versie en vulden de filodeeg met allerlei andere zoetigheden, zoals kersen enz.

Deze koffiehuizen waren de ontmoetingsplaatsen voor zowel het gewone volk als intellectuelen, en vele schrijvers en dichters hebben hun werk in dergelijke huizen geschreven. Boedapest heeft op dat vlak zeker een naam hoog te houden. De koffiehuiscultuur bestond uit koffie drinken en genieten, ondertussen de krant lezen, praten en naar anderen kijken. Meer nog dan koffie was ‘bijeenzijn’ de sleutel tot het succes. De meeste van deze stijlvolle koffiehuizen zijn verdwenen, veelal omdat ze zich niet hebben aangepast aan de moderne tijd. Als je nu door Boedapest wandelt zal je zien dat er zeer veel moderne koffiebars zijn en dat de klassieke Weense koffie (Wiener röstung) vervangen werd door de sexier Italiaanse versies. Ook Starbucks speelde hierop in en opende zeer recent en op zeer korte tijd drie vestigingen. Heb je toch zin in een koffie met één of andere zoetigheid die wordt opgediend in een 19e eeuws luxueus kader van grote kroonluchters, tafels met marmeren dekbladen, brokaten muurbekleding en fijn houtwerk, breng dan een bezoekje aan het bekende Café Gerbaud. Mocht het Sissi-gehalte binnen te groot zijn of je vind het interieur te druk of oubollig, kan je nog altijd op het terras genieten van je koffie, taart, krant en het uitzicht.

frohlich

Cukrászda

Ben je door Boedapest aan het kuieren en word je overvallen door een dringende behoefte aan cafeïne en zoetigheden, ga dan eens binnen in een cukrászda. Het zijn koffiehuizen met een groot assortiment aan patisserie, waarvan de Somlói Galuska, Dobos Torte en Esterházy cake slechts een paar voorbeelden zijn.  Ook deze cukrászda waren altijd een belangrijk onderdeel van de Hongaarse levensstijl maar ook zij hebben de tand des tijd moeilijk overleefd. Er zijn nog maar weinig oude typische stijl cukrászda overgebleven.

Hieronder een paar klassiekers:

  • Auguszt Cukrászda: Auguszt heeft volgens de kenners de beste krémes: kleine gebakjes van luchtig bladerdeeg gevuld met echte vanillacrème en afgewerkt met een laagje poedersuiker.
  • Een andere klassieker is Ruszwurm. Die vind je in de burchtwijk van Boeda, dicht bij de bekendste kerk van Boedapest, de Matthiaskerk (aan het Drievuldigheidsplein).
  • Fröhlich Cukrászda: één van de laatste kosher patissiers in Boedapest

Palacsintázó

Ook pannenkoeken (Palacsinta) maken deel uit van de Hongaarse keuken. Ze worden gewoon als dessert verorberd, of worden in reepjes gesneden en toegevoegd aan soep of zijn een voorgerecht op zich, zoals de Hortobágy pannenkoek. De bekendste onder de Hongaarse pannenkoeken is de Gundel, genoemd naar Karoly Gundel, stichter van het gelijknamige restaurant Gundel (een aanrader). De Gundel pannenkoek wordt gevuld met rozijnen, de zeste van appelsien, walnoten en rum; wordt geflambeerd en geserveerd, zwemmend in een donkere chocolade saus.

palinka 1

Palinka

Palinka is een sterke drank gestookt uit verschillende soorten fruit: kersen, peren, appels, pruimen of kweeën maar de meest populaire is de barack pálinka gemaakt van abrikozen. Het wordt meestal voor het eten gedronken. Een nieuwe fenomeen in Budapest zijn de moderne bars waar je enkel palinka kan drinken en proeven.  In de Rézangyal Cosmo kan je kiezen uit ongeveer 120 soorten.

Jó étvágyat (smakelijk eten) en Egészségédre! (gezondheid)

NM.

Pont Neuf frieten

2280

Het is zeker niet de bedoeling om een polemiek te starten over waar juist de frieten werden uitgevonden, maar een tijdje geleden liep ik door de Nieuwbrugstraat – rue du Pont Neuf – in Brussel. Het deed me denken aan die grote dikke frieten, Pont-Neuf genaamd. Eén ding is zeker, ze werden niet in de Nieuwbrugstraat in Brussel uitgevonden, maar wel in Parijs, en daar bestaat geen twijfel over.

De Pont-Neuf is naam van de oudste brug over de Seine in Parijs. De eerste steen van deze   brug werd gelegd op 31 mei 1578, door koning Henri III, daarin bijgestaan door zijn moeder Catherina de Médici. Dit was één van zijn prestige projecten, namelijk een 276 meter lange brug bouwen die de quai de l’École, l’île du Palais en de quai des Augustins zou verbinden.

Het bouwen duurde een tijdje want de stenen brug werd pas rond 1607 in gebruik genomen. Een paar jaar later bruiste de brug van de activiteit en de talrijke winkeltjes gaande van speelgoedwinkels, straatmuzikanten, schoenpoetsers tot hondencoiffeurs maar ook openluchtkeukens die aan de vele voorbijgangers hun waar aan de man brachten. Zij waren vooral bekend voor hun beroemde appelbeignets en pommes de terre frites du Pont-Neuf.  De winkels verdwenen in 1852.

Pont-neuf frieten zijn dikke frieten – bâtonnets – en zouden genoemd zijn naar de vierkante pijlers van deze brug. Op de brug staat ook het standbeeld van Henri IV en in oude kookboeken vind je soms de ‘garnituur Henri IV’ terug, waarin de Pont-Neuf frieten vermeld worden.

Hoe maak je het?

Volgens de regels van het versnijden, de “taillage”, zijn deze frieten ongeveer 6 tot 7 centimeter lang en 1 centimeter dik.

Bij het versnijden let je best op de stabiliteit van de aardappel om snijwonden te vermijden. Snij er dus eerst de uiteinden en de zijkanten af. Snij ze pas dan in dikke schijven en vervolgens in frieten van 1 centimeter dik.

Bakken net als gewone frieten.

NM.

Nullam goes Kopenhagen

3830

Kopenhagen ligt op slechts een paar uur vliegafstand en is een zeer interessante citytrip. Het is de grootste stad van Denemarken en trekt toeristen aan die op zoek zijn naar charme en culturele identiteit. Het is tevens één van de oudste hoofdsteden van Europa met een koninklijk tintje, want de Deense monarchie is één van de oudste in de wereld. Kopenhagen is de centrale toegangspoort tot de Baltische Zee en de verbinding tussen Europa en Scandinavië. De stad geeft je een warm gevoel vanwege de sfeer, de aandacht voor fietspaden, top klasse design, de geur van lekkere maar dure koffie en de vele modewinkels, bars en restaurants. Het is dus eigenlijk niet verwonderlijk dat Denen bekend staan als de gelukkigste mensen op deze planeet.

Een wandeling door Kopenhagen

Deze dynamische stad heeft veel te bieden: leuke musea (zoals de Ny Carlsberg Glyptotek), ontspanning in de tuinen van Tivoli, veel kanalen en water en een interessante architectuur met een smaakvolle mix van modern en oud. Het centrum van de stad is compact en kan gemakkelijk te voet worden gedaan. Elke reisgids bied je vele mogelijkheden tot wandelen. Je kan je wandeling bijvoorbeeld beginnen aan de Rådhuspladsen, dat het nieuwere deel van Kopenhagen verbindt met het oudere voetgangersgedeelte. Een wandeling via de bekende winkelstraat Strøget brengt je aan de Rundetårn of ronde toren, de oudste en nog werkende sterrenwacht van Europa, een zeer populaire attractie met een magnifiek zicht op de stad. Vandaar wandel je door naar het kleurrijke en altijd drukke Nyhavn – nieuwe haven of kanaaldistrict – bekend van alle postkaarten. Nyhavn is heel duidelijk the place to be: een 300 meter lang kanaal in 1673 gegraven om schepen de mogelijkheid te geven hun goederen in de stad te lossen. Nu vooral een pleisterplaats voor koppeltjes genietend van een dure koffie, toeristen die de mooie oude gevels proberen te fotograferen en bezoekers van de vele cafés, bars en restaurants.

3571

Als je de juiste brug over het water neemt kom je terecht in het idyllische Christianshavn. Het was vroeger een arbeiderswijk maar is nu de trendy place to be geworden, met zijn kanalen, oude gebouwen en geplaveide straten. Eén daarvan is de Strandgade waar je aan nummer 93 restaurant Noma zal vinden. Noma is de samentrekking van de nieuwe nordisk mad – Noords eten – en is gelegen in een oud warenhuis. René Redzepi staat er achter het fornuis en dankzij zijn creaties is Noma in 2010 en 2011 verkozen tot beste restaurant van de wereld.

De Deense keuken

Dansk Kokken of de Deense keuken heeft een grote evolutie doorgemaakt, van simpele boerenkeuken met enkel maar maar wat smørrebrød naar verfijnde keuken, onder invloed van onder andere de Franse keuken. Niet alleen in Kopenhagen, maar ook in de andere provincies zijn tal van sterrenrestaurants te vinden. De Denen zeggen dat ze de beste keuken van Scandinavië hebben, en ik ben geneigd om ze gelijk te geven. Het is in ieder geval de meest open en verfijnde keuken van alle Scandinavische landen.

Een Deens ontbijt is een perfecte start voor een dagje wandelen. Veel zelfgemaakt lekker brood met een assortiment Deense kazen, salami, ei en gerookte vis. Maar ook de zoetebekken komen aan hun trekken met Deens wienerbrød, zijnde alle mogelijke soorten zoete heerlijke ontbijtkoeken. Deze ontbijtkoeken – in het Engels Danish pastry en in het Frans Viennoiserie genoemd – komen eigenlijk uit Wenen (en zijn dus Turks van oorsprong). In 1870 was er een grote staking van de Kopenhaagse bakkers en daarom werden er toen massaal Weense bakkers ingevoerd om dit probleem te verhelpen. Vandaar dat Wienerbrød de specialiteit van Denemarken is. Deze broodjes trouwens ook Danish pastry genoemd in de rest van Scandinavië.

3745

Smørrebrød

De favoriete lunch is terug een Deense specialiteit, namelijk smørrebrød. Je kunt er gewoon niet naast kijken want ze zijn alom tegenwoordig, van de gewone cantine tot in de luxe restaurants. Een beboterd sneetje roggebrood – rugbrød of rye bread – belegd met vlees, vis of kaas en wat groenten, zoals komkommer. Teveel om op te noemen eigenlijk, want werkelijk alles is mogelijk, van de basisversie met een soort smeerkaas tot de luxeversie met kaviaar. Visueel is een mooi gepresenteerd assortiment smørrebrød zeer leuk om naar te kijken, maar ook heel lekker en de perfecte lunch.

Persoonlijk vond ik smørrebrød met pakjes koude roastbeef, overgoten met remoulade, wat geraspte verse mierikswortel en krokant gefrituurde ajuin een aanrader.

Het avondeten begint vroeg want rond 18.30 uur zitten de restaurants al goed vol. Naast de obligate haringschotel kan je er genieten van lokale specialiteiten zoals onder andere Deense gehaktballen (frikadeller), geroosterd lam (lammesteg), geroosterd varkensvlees met rode kool (flaeskesteg med rødkål), rundsvlees (bøf) en lever met gebakken ajuin (lever med løg) maar ook veel vis natuurlijk: rejer (kleine garnaaltjes), laks (zalm), makrel (makreel) en rødspaette (pladijs).

Remouladesaus

De Deense keuken is duidelijk geïnspireerd door de Franse keuken want remouladesaus is er zeer populair (net zoals in Duitsland en Zweden) en wordt zowat bij alles geserveerd, ook bij hotdogs en frieten. Remouladesaus wordt gemaakt op basis van mayonaise, waaraan extra mosterd, gehakte kappertjes, gehakte peterselie, gehakte augurken, gehakte kervel en gehakte dragon wordt toegevoegd, en eventueel wat kurkuma of een hard gekookte eierdooier voor de gele kleur.

Je kan dit alles doorspoelen met een lokaal biertje, Carlsberg of Tuborg, of met aquavit, die andere nationale trots uit Aalborg. Ik kom in een volgend artikel zeker terug op mijn bezoek aan Murdoch’s Books & Ale. Kortom, Kopenhagen, zeker aan te raden als city trip.

NM.

Nullam goes Kopenhagen: crèpes Suzette

3874

Vandaag – 6 mei – is jaren geleden uitgeroepen tot de internationale dag van de crèpes Suzette. Een crèpe Suzette is een vers gebakken dunne pannekoek die wordt overgoten met vers appelsiensap en likeur en dan geflambeerd. Het resulaat is een dikke, stroperige gecarameliseerde saus. Crèpes Suzette zijn niet alleen zeer lekker maar werden vroeger altijd klaargemaakt aan tafel, waarbij het flamberen zorgde voor het wow-effect. Ze waren in die tijd het toppunt van gesofistikeerdheid. Een stijfdeftig geklede ober rolde een karretje tot aan je tafel en maakte de crèpes suzette klaar voor de neus van de tafelgenoten. Het was puur entertainment maar een ober of maître d’hôtel die wist wat hij deed en het ook nog goed kon uitleggen kreeg gemakkelijk de zaal mee en na het moment sûprème van de voorstelling, het flamberen, toverde hij die lekkere crèpes Suzette op je bord.

Vroeger werden trouwens trouwens veel gerechten bereid, of afgewerkt, of versneden aan tafel. Niet alleen gerechten met flamberen maar ook bijvoorbeeld de Caesar salad werd ‘à la minute’ aan tafel gemaakt. Spijtig genoeg is dit allemaal verdwenen, omdat de huidige obers het niet meer kunnen, wegens plaatsgebrek, omdat het nogal arbeidsintensief is, omwille van de brandverzekering, enzoverder.

3873

Crèpes Suzette: een culinair accident?

Crèpes Suzette bestaan al van het einde van de 19e eeuw en er zijn ook hier weer verschillende versies over het ontstaan. Henri Charpentier, 14 jarige ober in de Café de Paris in Monte Carlo zou de uitvinder zijn. Edward VII, Prince of Wales had als dessert pannenkoeken gevraagd en Henri had de bereiding verknoeid, maar had de pannenkoeken toch geserveerd. Door het laten verbranden had hij een gecarameliseerde saus gekregen die in de smaak van de Prins en zijn entourage was gevallen. De toenmalige vriendin van de Prins van Wales noemde Suzette en de rest kent U.  Het lijkt natuurlijk een beetje onwaarschijnlijk dat een 14-jarige een Prins zou bediend hebben in plaats van de hoofdober. Vandaar nog een paar andere versies.  In 1896 verscheen een kookboek van Oscar Tschirky van het Waldorf Astoria Hotel in New York, met daarin een gelijkaardig recept. Hij noemde de pannenkoeken echter ‘Casino style’. Een andere versie is dat een zekere chef Joseph de crèpes Suzette heeft gemaakt voor een Franse actrice Suzanne ‘Suzette’ Reichenberg. Ook hier heeft de chef de saus per ongeluk laten verbranden.

nullam goes

Zoals gezegd, het aan tafel koken is verdwenen. En toch heb ik een plaats gevonden waar men de authentieke crèpes Suzette nog volledig aan tafel bereidt, flamberen inclusief. Mocht je ooit op citytrip in Kopenhagen (Denemarken) zijn, stap dan ZEKER eens binnen bij Murdoch’s Books & Ale, gelegen op korte wandelafstand van het populaire Nyhavn (Murdoch’s Books & Ale, Bredgade 37 DK-1260 Copenhagen). Murdoch’s Books & Ale is een gezellige brasserie waar je rustig de krant kan lezen of een goed boek, maar ook genieten van lekker eten. Het is ingericht als een stijlvolle Engelse pub met veel leder en grote boekenkasten. En ze hebben er hele lekkere crèpes Suzette, voor je neus aan tafel gemaakt, volgens de regels van de kunst. Nullam heeft het voor u getest, het is een aanrader!

Hoe maak je het?

Bak eerst dunne pannenkoeken volgens je favoriete gerecht en vouw ze in 4 op.

Doe wat boter in een goede steelpan en leg er de opgevouwde pannenkoeken in. Neem wat suikerklontjes en wrijf er mee over de schil van de appelsienen. Gooi de klontjes daarna bij de pannenkoeken. Laat rustig smelten over een laag vuurtje, zodat de suiker kan carameliseren. Draai de crèpes om.

Neem de appelsien en pers het sap uit boven de pan. Voeg nog wat boter bij en laat rustig reduceren. Wanneer je ziet dat je saus dik is geworden, verhoog je het vuur en laat borrelen. Voeg nog een goede eetlepel boter bij je mooie glanzende saus. Doe er een goede scheut Cognac bij.

Nu komt het wow-gedeelte. Begin er niet aan als je dit niet gewoon bent of als je niet goed voorbereid bent. Doe dit ook niet in de nabijheid van gordijnen en zet zeker je dampkap af. Giet een goede scheut Triple Sec in de pan en flambeer. Laat de vlammen uitdoven door wat aan je pan te schudden zodat de smaken goed mengen en blus verder met vers appelsiensap.

Doof de vlammen, leg de crèpes of een bord, lepel wat saus errond en werk af met een bol ijs en wat amandelschilfers.

NM.

Nullam goes Macallan

The Macallan distilleerderij kan je vinden in Speyside in the Schotse Highlands. Het woord Macallan komt van twee woorden uit Gaelic, namelijk ‘Magh’, wat vruchtbare grond betekent en ‘Ellan’, van St Fillan, een Ierse pater die veel rondreisde in Schotland. Speyside is een prachtige streek met groene heuvels, wilde rivieren en prachtige wolken, zodat je ongeveer elke 500 meter wel een uitzonderlijk fotomoment hebt. Net voor je bij The Macallan aankomt – in de buurt van Aberlour – is er de prachtige Craigellachie Bridge, ontworpen door Thomas Telford en gebouwd in 1812. De 46 meter lange ijzeren brug met boog over de rivier Spey speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van Macallan, omdat veeboeren die op weg waren naar de markten aan de andere kant van de brug, bij Macallan stopten voor een opkikkertje.

Een twee belangrijk gegeven in de geschiedenis van Macallan is het statige Easter Elchies House, trouwens afgebeeld op elk etiket van The Macallan. Macallan noemt het op een berg gelegen 170 hectare groot domein, één van de zes pilaren van hun geschiedenis. Het werd gebouwd in 1700 en de geschiedenis van Macallan begint wanneer Alexander Reid een deel van Easter Elchies House koopt om er een distilleerderij te beginnen. De omstandigheden zijn ideaal: er is voldoende barley, het is vruchtbare grond, er is een bron en de Spey vloeit naast het domein. De distilleerderij startte onder de naam Elchies Distillery, later werd het Macallan-Glenlivet en vanaf 1980 werd het The Macallan.

Er is altijd veel vraag geweest naar The Macallan, vandaar dat ze hun aantal stills met de tijd toenamen tot 21. De stills zijn de kleinste die in Speyside gebruikt worden. De kleine stills en hun opmerkelijke vorm zorgen voor een maximum contact met koper. Daardoor krijg je een ‘geconcentreerder’ new make en de typische volle smaak en viscositeit van The Macallan.

Kenmerkend is het gebruik van natuurlijke, pure producten, gecombineerd met traditionele methoden en ouderwets vakmanschap. In de loop van haar bestaan is de The Macallan distilleerderij vaak geroemd om haar buitengewone kwaliteit. Kenners spreken van ultieme luxe en van kostbare momenten van exquis genot.

Het distilleren bij Macallan wordt gekenmerkt door het gebruik van natuurlijke, pure producten, gecombineerd met traditionele methoden en ouderwets vakmanschap. Macallan’s techniek berust op invloeden uit Spanje, Noord-Amerika en Schotland. Macallan spendeert veel tijd in zijn vaten (Butts, Puncheons, Hogsheads en Barrels) en investeert daar ook veel tijd en geld in. Ze gaan er prat op dat ze vooral Sherryvaten uit Noord-Spanje gebruiken voor de rijping. Deze zorgen voor aroma’s van chocolade, appelsien, gedroogd fruit en specerijen. De staven worden gemaakt in Cadiz en de vaten worden geassembleerd en gebrand in Jerez. De vaten worden eerst gedurende twee jaar gevuld met sherry, leeggemaakt en pas dan verscheept naar Macallan.

Maar Macallan bracht ook een reeks Fine Oak casks uit die op Bourbonvaten gerijpt hadden.  De Amerikaanse eik komt uit de bossen van Ohio, Illinois, Indiana, Kentucky en Arkansas. Amerikaanse sherry eik zorgt dan weer voor toetsen van citrus, vanilla en eik, Amerikaanse bourbon eiken vaten zorgen dan weer voor de aroma’s van citrus, kokosnoot en eik. Ook hier worden de vaten eerst tot 8 jaar lang gevuld met Bourbon vooraleer ze worden leeggemaakt en verscheept naar Macallan. Een deel word naar Spanje verscheept om eerst met Sherry gevuld te worden.

Die eiken vaten zorgen voor de grootste bijdrage – maar liefst 60 % – aan de kwaliteit, de natuurlijke kleur en de typische aroma’s. Ze herhalen het vaak tijdens de rondgang en de tasting, dat er geen additieven worden gebruikt en dat de kleur te wijten is aan het samenspel van alcohol en de vaten. Indrukwekkend waren ook de 16 traditionele ‘dunnage’ warehouses (goed voor 33.000 vaten) en de 5 moderne ‘racked’ warehouses, waar nog eens 104.000 vaten liggen opgestapeld.

Tasting

Het bezoek aan de distilleerderij werd afgesloten met een tasting in het gezellige Visitor Centre. De paradepaardjes van Macallan werd bovengehaald en tasting werd van vakkundige uitleg voorzien door de sympathieke gids. Macallan heeft zich over de laatste decennia een hele stevige reputatie opgebouwd voor collector’s item single malts. Kijk maar eens na hoeveel prestigieuze prijzen Macallan won de laatste 10 jaar. Hun single malt whisky’s zijn zeer geliefd bij de whiskyliefhebbers, en dat is verstaanbaar. The Macallan 1996 18 Year Old Sherry Oak is voor mij zowat de beste single malt whisky ter wereld. Macallan is obsessief bezig met kwaliteit, en het is niet zomaar een business pitch, je voelt en ziet het overal tijdens het bezoek. Dus als  je naar Speyside gaat, stop dan zeker eens bij Macallan, het is meer dan de moeite waard.

 “Age ain’t nothin’ but a number”

Zoals hierboven reeds gezegd is Macallan veel bezig met zijn vaten omdat deze bepalend zijn voor de kleur en het aroma van de whisky. Je ziet ook aan de flessen en de labels dat er ook daar met kleur gewerkt wordt, en daar is een reden voor. Macallan is één van de eerste die de discussie begon over No Age Statement of NAS. Hun nieuwe lijn single malts worden onderscheiden door kleur en niet meer leeftijd. De discussie, redelijk verhit soms, is al een tijdje bezig maar Macallan blijft onverzettelijk. Getuige daarvan is de The Macallan 1824 series, die worden onderscheiden door kleur (Gold, Amber, Sienna en Ruby) en niet meer leeftijd. Het is dus geen whisky van 191 jaar oud. Waarom doet Macallan dit nu? Volgens de criticasters heeft Macallan een stockprobleem, vooral met single malts die ouder zijn dan 15 jaar. Macallan ontkent dit en stelt dat smaak iets zeer persoonlijk is. Sommige verkiezen een 10 jaar oude single malt boven een 18 jaar oude. Hun onderzoek wijst uit dat 65% van de smaak eerder te wijten is aan de vaten waarin de whisky gerijpt en niet de leeftijd. De No Age Statement zou hun dus meer flexibiliteit geven om te spelen met de soorten vaten, en zo het gewenste kleur, aroma en smaak te leveren.

En stilaan worden ze gevolgd ook door anderen : De Supernova van Ardbeg gaat flirten met de grenzen van turfsmaak en rook, in plaats van leeftijd. En de Triple Wood van Laphroaig focust vooral op de drie soorten vaten waarin hij gerijpt is, en niet meer op de duurtijd van de rijping. En de Laphroaig’s NAS Quarter Cask is één van hun best verkopende single malts. En de Storm van Talisker speelt dan weer op de geografische oorsprong – Isle of Skye – en de typische smaak die daarmee gepaard gaat. Wordt vervolgd.

Praktisch

The Macallan Distillery, Charlestown of Aberlour AB38 9RX, Verenigd Koninkrijk

Url: http://www.themacallan.com/

NM.

Viva Puccini

Als je Toscane hebt bezocht ben je misschien wel eens van Firenze via Pisa naar de kust gereden. Dan ben je zeker het kleine maar mooie stadje Lucca gepasseerd. Daar werd in 1858 Giacomo Puccini geboren. Zijn familie was zeer muzikaal en toen hij op jonge leeftijd een voorstelling van Aïda van Verdi bijwoonde was hij meteen verkocht.

Hij was één van de grootste componisten aller tijden maar zijn leven was niet allemaal rozegeur en maneschijn. Hij verloor zijn vader toen hij vijf jaar was en er waren vervolgens nog al wat schandalen met vrouwen die er bij de Dag Allemaals en Story’s van die tijd als zoete koek in gingen. Hij vestigde zich een paar kilometers verder richting kust, in Torre del Lago, waar hij zijn meesterwerken componeerde: Manon Lescaut, Madame Butterfly, Tosca en La Bohème.

Als romanticus en levensgenieter had hij een voorliefde voor het platteland waar hij zijn twee grote passies kon uitoefenen, namelijk snelle wagens en de jacht.

st8111a

Puccini in Brussel

De laatste vier jaar van zijn leven werkte Puccini aan Turandot, dat pas na zijn dood werd afgewerkt. Hij was geregeld depressief en leed aan suikerziekte. Puccini was een kettingroker en staat op de meeste foto’s en zelfs op zijn standbeeld in Lucca afgebeeld met een sigaret in de hand. In maart 1924 stelden de dokters vast dat hij kanker had. Na een eerste kuur in de buurt van Parma, die zonder gevolg bleef, raadpleegde hij een andere dokter, die hem doorverwees naar dokter Ledoux in Brussel, die een nieuw soort radiumtherapie had ontwikkeld. Puccini, eigenaar van een optrekje in de Koningstraat te Brussel, kwam aan op 4 november 1924.

Ledoux bevestigde de diagnose en besloot om Puccini te laten behandelen in een privé kliniek aan de Kroonlaan. De behandeling startte snel maar de ziekte was echter te ver gevorderd. Puccini overleed op 29 november 1924 in het gebouw aan de Kroonlaan nummer 1 in Elsene, waar nu nog een herdenkingsplaat hangt (die trouwens in erbarmelijke toestand is).

Geen enkel recept genoemd naar Puccini

Het was de gewoonte in de negentiende eeuw dat grote chefs gerechten de naam gaven van belangrijke personen. Met recepten rond Aïda en Verdi kan je bijvoorbeeld een ganse menukaart vullen. Raar maar waar, er is geen enkel recept naar Puccini genoemd in tegenstelling tot zeer vele van zijn tijdgenoten. Voor mij een beetje onbegrijpelijk. Na heel lang zoeken heb ik in één van de boeken van Escoffier ‘Oeufs pochés  Manon’ gevonden, maar het is zelfs niet zeker dat dit aan Manon Lescaut gerelateerd is.

Toch moet Puccini culinair onderlegd geweest zijn want in een brief aan zijn publicist beschreef hij uitgebreid een recept voor bonen op Toscaanse wijze met salie en look. Ook voor de scènes in Café Momus in La Bohème week hij af van het oorspronkelijke script van Henry Murger en veranderde de recepten en de wijnen die er door Rodolfo, Marcello en Mimi worden genuttigd. Het is natuurlijk maar een detail in deze fantastische opera, maar het moet voor Puccini toch een zekere belang gehad hebben, waarschijnlijk omdat zijn versie van de recepten beter de sfeer weergeven van een bruisend café in de Quartier Latin in Parijs.

Panettone

Puccini’s muziek werd onsterfelijk gemaakt dankzij de grote dirigent Arturo Toscanini. Waarschijnlijk omwille van de depressie en de vele zware beproevingen tijdens zijn leven, leefde Puccini in artistieke isolatie, zelfs met Toscanini had hij een warm-koud relatie. Puccini had de gewoonte om elk jaar rond kerstdag een panettone te sturen naar al zijn vrienden. Eén jaar was hij echter vergeten Toscanini, met wie hij op dat ogenblik ruzie had, van de lijst te halen. Hij zag snel zijn vergissing in en stuurde hem dan maar onmiddellijk een telegram met de volgende woorden: “Panettone sent by mistake”, getekend Puccini. Een paar dagen later ontving hij een kaartje terug van Toscanini met het lakonieke antwoord: “Panettone eaten by mistake”.

NM.

puccini-1

Nullam goes Skopje

Skopje (Macedonië)

Nullam ging in 2011 terug naar Skopje, de hoofdstad van Macedonië. Nullam heeft daar vier jaar van zijn leven doorgebracht en er veel mooie herinneringen en vrienden aan over gehouden. In Skopje wonen ongeveer 700.000 inwoners en dat is ongeveer 1/3 van de totale bevolking. De officiële taal is het Macedonisch en het officiële alfabet is Cyrillisch. Skopje is oude stad, die de last van een lange en woelige geschiedenis draagt. Het is hier niet de plaats voor een les geschiedenis, maar de overheersing door de Turken, het uiteenvallen van ex-Joegoslavië, de onafhankelijkheid, de spillover van de problemen in Kosovo, en het intern conflict tussen de etnische Macedoniërs (67%) en de Albanese minderheid (23%), de problemen met Griekenland over de naam en de moeilijke weg naar Europa zijn maar een paar van die grote mijlpalen. Deze hebben allemaal hun sporen achtergelaten in één of meerdere aspecten van de samenleving. Tegelijkertijd is het een moderne hoofdstad met vele culturele en natuurlijke bezienswaardigheden. Er is geen enkele stad die zo een performant publiek WiFi netwerk heeft (zelfs tot in de taxi’s toe!!!).

Skopje, de hoofdstad, is gelegen in de vallei van de Vardar rivier en ligt op 240 m boven de zeespiegel. De stad is omgeven door verschillende bergketens:  Skopska Crna Gora in het noorden, Vodno en Jakupica naar het zuiden toe. De Vardar verdeelt de stad in een zuidelijk en noordelijk deel.  De berg Vodno biedt vele mogelijkheden voor wandelaars, fietsers en parasailers maar ook voor de gewone toeristen omdat je van op vele plaatsen een schitterend panorama kan bewonderen van Skopje en verre omgeving. Het hoogste punt van Vodno is op 1066 meter boven de zeespiegel en is de plaats waar het 66 meter hoge Millenium Cross werd gebouwd.

Zie je de sportieve inspanning niet zitten kan je deze tocht ook met de wagen doen, of nieuw sedert een paar maanden, met een hypermoderne kabellift. Van al deze inspanningen en de overvloed aan mooie beelden op je netvlies kan je natuurlijk wel honger krijgen. Geen probleem, halverwege op de berg vind je de in 1164 gebouwde klooster van San (Sveti) Pantelejmon waar je kan genieten van  de locale specialiteiten, onder andere traag geroosterd lam aan het spit met gebakken aardappelen, tavče gravče  (een traditionele bonenschotel) en pikante paprika’s (peceni piperki so luk). San Pantelejmon is een restaurant met een groot open lucht terras en met prachtig uitzicht over de stad. Vergeet ook niet een bezoekje te brengen aan de gebouwen van de abdij met prachtige fresco’s en unieke byzantijnse kunst, voorlopers van de latere renaissance.

“Is Skopje veranderd? ” is de vraag die ik telkens krijg. En inderdaad, Skopje is veranderd, vooral het stadsbeeld. Het centrum van de stad is momenteel een bouwwerf waar overal grote, bombastische  monumenten worden neergezet. Smaak is subjectief natuurlijk, maar het is zeker niet mijn stijl en ik vind dat er weinig lijn in zit en dat het allemaal een beetje van het goede teveel is.

Skopje, dankzij zijn ligging, profiteert van een continentaal klimaat met mediterrane invloeden, waardoor het meestal zeer warm en zonnig is. Er wordt dus veel buiten geleefd en restaurants en bars hebben er grote terrassen. Hippe, moderne koffiebars in loungestijl schieten er als paddenstoelen uit de grond. Je kan er tot ’s avonds laat kan genieten van allerlei lekkers, het uitzicht en de continue stroom van voorbijgangers.

Skopje culinair

Ook op culinair vlak veranderde er wel wat. Er kwamen heel wat restaurants bij. De klassiekers die inspelen op de traditionele keuken (het Balkan comfort food) zijn gebleven. Naast diegene die een mix aanbieden van tradioneel met een moderne toets én Italiaans, zijn er heel wat nieuwe zaken bijgekomen: mexicaans, sushi, chinees enz.

Het is onmogelijk om alles te gaan opnoemen maar één nieuwkomer wou ik jullie toch niet onthouden, namelijk steakhouse Koliba (Naum Naumovski Borce 62 Skopje). Macedonië is het land bij uitstek van varkens- en lamsvlees, dus een steakhouse ligt daar niet zo voor de hand. Het werd mij sterk aangeraden door vrienden, dus moest ik het toch eens uit testen. En het was méér dan de moeite waard. Ik heb er geproefd van een enorm verse en perfect gekruide steak tartare (ook al een niet voor de hand liggend recept in deze contreien), gevolgd door een t-bone en een Fiorentina. Steak Fiorentina is een Toscaanse specialiteit (Bistecca alla Fiorentina) waarbij een dikke t-bone of porterhouse gekruid wordt met zout, zwarte peper en olijfolie en gegrild op hout of houtskool. Het lijkt simpel maar het is een kunst om deze grote lap vlees mals te houden. Een dikke proficiat voor de grillmaster van Koliba want de Fiorentina was uitzonderlijk lekker, net als de t-bone trouwens.  Naast deze steaks kan je er ook nog rib-eye, porterhouse, Kansas city strip steak, Texas beef burger, Tournedos steak krijgen samen met de nodige salades. Een aanrader!!!

Nog een woordje over de wijn. Macedonië is een wijnland, met witte en rode wijnen die gemakkellijk de competitie met goed Franse en Italiaanse wijnen kunnen aangaan. Ik heb tijdens deze trip een nieuwe jonge wijn geproefd, een werkelijk schitterende cuvée Kamnik van 2008, die perfect paste bij deze steakgerechten. De Cuvée Kamnik heeft een alcoholpercentage van 13.4% en wordt gemaakt op basis van de Sangiovese, Nebiolo, Aglianico, Primitivo en Syrah druiven. Macedonië heeft altijd al goede wijnen gehad maar deze kan gemakkelijk de concurrentie aan met buitenlandse topwijnen. Het heeft me altijd verwonderd waarom een land dat zo een wijntraditie heeft (en goede tot zeer goede wijnen produceert) niet een betere buitenlandse handel visie heeft (maar ik denk dat ik het antwoord wel ken).

Ik was werkelijk onder de indruk van deze wijn en wou dus natuurlijk naar de bron, een voor mij oude bekende, namelijk hotel, restaurant en enotheek Kamnik, beter bekend als de Hunter’s lodge. Kamnik, gelegen in de Butel wijk, een beetje buiten het centrum van de stad, is gekend voor zijn wildgerechten: van zelfgemaakte salami van allerlei soorten wild tot superlekkere wildschotels en stoofpotjes. Niet goedkoop maar gelegen in een prachtig kader en volledig ingericht in jachtstijl. Kamnik, lid van de Wine Knights, pakt het zeer professioneel aan: naast de gekende rode en witte wijnen en de nieuwe cuvée Kamnik heb ik er ook een aantal van hun nieuw assortiment geproefd: wow! Het goede nieuws is dat ze volledig klaar zijn voor toeristen die één of meerdere flessen willen mee naar huis nemen. Je kan natuurlijk alles bezoeken en mocht je zin hebben om te gaan jagen, dat kan want Kamnik heeft zijn eigen jachtterrein. Wil je hier meer over weten, gewoon de linken volgen. Zie ook de gallerij voor wat foto’s.

 

Van vis tot deurklink tot trouwjurk

Ik kan jullie niet alles meegeven in dit artikel maar ik wou jullie wel nog wat foto’s meegeven van mijn bezoek aan de twee openlucht markten in Skopje, porta Bunjakovec en Bit Pazar. Beide zijn uniek en kan je alleen nog in die regio vinden. Om de dag te starten en voldoende kracht op te doen ben ik begonnen met een traditioneel ontbijt, namelijk vers gemaakte burek met yoghurt. Vandaar richting porta Bunjakovec waar dagelijks een kleine maar drukke en leuke openlucht markt doorgaat. Je kan er werkelijk van alles vinden. De verkopers zijn privé personen met wat fruit en groenten uit de tuin of landbouwers uit de streek. Groenten en fruit zijn de hoofdbrok maar je kan er alles vinden, tot deurklinken toe. Natuurlijk kon ik niet weerstaan aan de standen met kruiden met onder andere zachte milde paprika tot echt pikante enzoverder.

Na een Turkse koffie ging de tocht verder naar het andere gedeelte van Skopje, gelegen aan de overkant van de rivier. Bit Pazar (de oude bazaar) is een typische bazaar doordrongen van Islaminvloeden. De Bazaar zou trouwens een kopij zijn van de bazaar van Bagdad. Dit grote complex was vroeger ingedeeld  in 18 loten, volgens het aantal ambachten in die tijd (van koperslagers tot schoenmakers). Nu nog steeds is de verschillende koopwaar sterk gecompartimentaliseerd. Het meest prominente stuk is het levendige overdekte gedeelte (de bezistan) waar je de tearooms en cafeetjes vind. Nog meer dan de markt van Bunjakovec kan je hier alles vinden, van traditioneel houtwerk tot Albanese trouwjurken én natuurlijk de nodige namaakspullen. Het is er onwaarschijnlijk druk en vermoeiend (zie foto), zeker als je alles wil doen. Benny B. van de VT4 smaakpolitie zou er waarschijnlijk ter plaatse een vierdubbele beroerte krijgen maar dit is echt leuk om doen. Ik hoop dan ook dat dit stukje culturele authenticiteit dan ook nooit mag verdwijnen.

Tot zover deze Nullam goes Skopje. Onmogelijk om jullie alles mee te geven, maar hopelijk worden jullie genoeg geprikkeld door deze korte reportage om Skopje eens te bezoeken.

NM.