Tag Archives: Dom Pérignon

In the Mix: cocktail van Aardbei, Prosecco, Campari en Vlierbloesemlikeur

4616

 

Ik vraag me soms af wat er door het hoofd van uitvinders gaat op het ogenblik dat ze de beslissende doorbraak voor hun uitvinding doen. En die ongelofelijke vastberadenheid om na weken, maanden en jaren tevergeefs te proberen en telkens opnieuw de moed vinden om opnieuw te beginnen. Op 4 augustus 1693 kwam Dom Pierre Pérignon de kelder van de abdij binnen en zag dat er schuim op zijn flessen stond. Hij had eindelijk een manier gevonden om de wijn uit de Champagnestreek te doen mousseren. Het verhaal gaat dat hij de volgende woorden zou uitgesproken hebben: “kom snel, ik proef de sterren”.

De champagne was geboren. Zijn eerste flessen sloot hij af met houten pennen met een trekhaak er aan en verzegeld met was. De flessen champagne werden in die tijd zeer voorzichtig getransporteerd, in stro gelegen en met de kruiwagen vervoerd, want door de druk van de kooldioxide schoten die pennen bij de minste verplaatsing uit de fles. Hij moest dus een andere oplossing vinden. Na wat experimenteren met andere afsluitdoppen kwam hij op het idee om de doppen vast te maken met een touw van hennep. Deze methode bleek te werken maar was zeer arbeidsintensief en niet heel praktisch. Sommige fabrikanten vervingen de hennepkoordjes door iets steviger (ijzer)draadjes, waardoor men een betere afsluiting van de fles kreeg maar dat leverde dan weer problemen bij het ontstoppen omdat er een speciale tang voor nodig was. Om zich niet meer te kwetsen bij het ontstoppen van de champagneflessen werd er dan maar een ring gemaakt in de ijzerdraadjes en werden voorgevormde draadjes gebruikt. Aan deze ring werd vaak een loden pastille gehangen met het woord champagne er in gegraveerd.

Toen de doppen al iets beter op de flessen bleven zitten was het probleem nog niet opgelost want de opgebouwde druk zocht dan maar een andere uitweg, namelijk via het zwakste deel van de fles, de bodem. Champagne maken en drinken in die tijd was een bezigheid met groot gevaar voor lijf en leden want ofwel knalde er een houten dop uit de fles ofwel de glazen bodem.

4619

Dom Pérignon, een topchampagne bestaat nog steeds en behoort tot het champagnehuis Moët et Chandon. Ter ere van Dom Pérignon stellen we jullie deze cocktail voor, op basis van aardbeienpuree, Campari, vlierbloesemlikeur en champagne. Maar je kan de cocktail evengoed met Prosecco maken. Een schitterende cocktail waarmee je zeker gaat scoren bij je gasten: de zoete aardbeienpuree gecombineerd met de licht bittere Campari, de typische smaak en aroma van St. Germain (bloemen, peer, lychee en citrus) en de droge sprankelende Prosecco. Een topcocktail, ideaal om het feest te beginnen.

Wat heb je nodig? voor 6 cocktails

  • 300 gram aardbeien
  • 6 suikerklontjes (optie)
  • 3 shots vlierbloesemlikeur (St. Germain)
  • 3 shots Campari
  • 1 fles Prosecco

Nullam Microwaveum-1005

Hoe maak je het?

Zet de champagneglazen, bij voorkeur flutes in de koelkast. Verwijder de groene steeltjes van de helft van de aardbeien en pureer ze. Filter de puree zodat je gaan zaadjes meer over hebt.

Wanneer het tijd is om de cocktails op te dienen leg je een suikerklontje op de bodem van elk glas. Dit hoeft niet, het maakt de cocktail enkel een beetje zoeter. Neem je jigger en giet ½ shot St. Germain Elderflower likeur in elk glas, gevolgd door ½ shot Campari. En een half shot aardbeienpuree.

Vul aan met de Prosecco en geef er de overblijvende aardbeien bij.

NM.

 

De kurkentrekker

2903

Er zijn zo van die voorwerpen die jaren geleden werden uitgevonden en die je echt niet meer zou kunnen missen, zoals bijvoorbeeld de kurk en de kurkentrekker. De eerste sporen van kurk dateren al van de tijd van de Grieken en de Romeinen, die kurk gebruikten om hun bewaarpotten dicht te maken. Maar de kurk verdween zowat uit het beeld en werd vervangen door houten peggen en hennep afsluiters enzovoort.  Het zoeken naar de juiste maar vooral naar een goede afsluiter voor een fles bleef maar duren. De kurk en de kurkentrekker doken pas terug op in de 17de en 18de eeuw, niet toevallig de periode dat een andere pater, Dom Pérignon, champagne uitvond in de abdij van de Benedictijnen in Hautvillers in 1668. De techniek van glasblazen liet toe om flessen te maken en vooral de commercialisering van de wijn liet toe om flessen wijn te verkopen. Dus had men een instrument nodig om zo snel mogelijk de kurk uit de fles te halen. In het begin bevestigde men een koord rond de kurk om die zo uit de fles te trekken, maar deze techniek was niet zo handig.

3405-0

En toen kwam de dominee

In 1795 vond Samuel Henshall, een Engelse dominee, de moderne kurkentrekker uit. De religieuze carrière van Samuel Henshall was geen succes, vandaar dat hij veel tijd had om zich met andere, meer wereldse zaken bezig te houden. Zijn kurkentrekker bestond uit een spiraal en een handvat, met daartussen een ronde schijf die er voor zorgde dat de kurkentrekker niet te diep in de fles zou draaien. De ronde schijf met dezelfde diameter als de kurk – de “Henshall button”, zette zich vast op de kurk, en door het draaien van het handvat brak het waterdichte zegel van de kurk met de flessenhals. Geniaal in zijn eenvoud en één van die dingen waarvan je je afvraagt waarom niemand daar eerder had aan gedacht. Hij werd op 24 augustus 1795 beloond met het patent voor zijn uitvinding.

De uitvinding van de kurkentrekker,  die het openen van flessen nu wel heel eenvoudig maakte, zorgde voor de doorbraak van de wijnverkoop in flessen. Dit toen revolutionaire voorwerp werd enorm populair en de eerste en mooi afgewerkte versies werden echte verzamelobjecten.

6278

Helixofielen

En wie verzamelobject zegt, zegt verzamelaars. Ze worden helixofielen genoemd en naast de nationale verenigingen bestaat er ook een grote internationale club, de International Correspondence of Corkscrew Addicts (ICCA), met eigen vakblad “the Bottle Scrue Times “. Voor de geïnteresseerden, hun volgende Algemene Vergadering gaat dit jaar door in Chicago van 10 tot 14 september: “from the soaring architecture to a fantastic history, Addicts and Go-Withs will enjoy a week of camaraderie, culture, corkscrews, and a meeting that will offer Chicago’s own distinctive flair”.

NM.

 

 

Placomusofielen: wie zijn ze, wat doen ze en wat drijft hen?

6948

De laatste dagen en weken zijn er al talrijke feestelijke gelegenheden geweest waarbij er een fles champagne of cava gekraakt kon worden. De kans is dan ook groot dat je werd aangesproken door een placomusofiel. Geen schrik, ze bijten niet, het zijn enkel maar verwoede verzamelaars. Ik heb het zelf al een aantal keer meegemaakt dat ik ergens bij het openen van een fles champagne werd aangesproken door iemand met de vraag om zeker de capsule van de fles champagne niet weg te gooien. De eerste keren was ik ook verwonderd maar een klein beetje onderzoek leert dat er veel verzamelaars van deze capsules bestaan, en dat deze ook voor redelijk wat euro’s verhandeld worden. Ze zijn ook meestal lid van verenigingen die luisteren naar de namen capsulabulles, capsulomania, … .  Er is zelfs een Vlaamse club voor verzamelaars van champagnecapsules en in Nederland is er het Genootschap voor Champagne Capsule Verzamelaars (GCCV).

Nadat je de folie van de champagnefles hebt gepeld en de beschermende kooi – muselet – hebt verwijderd, heb je het metalen dopje dat nauw aansluit over de bovenkant van de kurk. Het verzamelen van deze dopjes of capsules noemt men placomusofilie.

De muselet bestaat dus uit drie delen,

  • de ‘ceinture’: bestaat uit gegalvaniseerd staal en eindigt op een lus
  • de beschermende kooi: bestaat uit gegalvaniseerd staal, heeft vier benen en een bovenstuk in ringvorm
  • en de capsule

7825

Deze op zich banale dingetjes hebben we allemaal te danken aan twee personen die deze uitvinding realiseerden. We gaan daarvoor even terug in de tijd. Op een dag was Dom Pierre Pérignon in de
kelder van de abdij aan het werken toen hij zag dat er schuim op zijn flessen stond. Hij had eindelijk een manier gevonden om de wijn uit de Champagnestreek te doen mousseren. De champagne was geboren. Zijn flessen waren afgesloten met houten pennen met een trekhaak eraan en verzegeld met was. De flessen champagne werden in die tijd zeer voorzichtig getransporteerd, in stro gelegen en met de kruiwagen want door de druk van de kooldioxide schoten die pennen bij de minste verplaatsing uit de fles. Hij moest dus een andere oplossing vinden. Na wat experimenteren met andere afsluitdoppen kwam hij op het idee om de doppen vast te maken met een touw van hennep. Deze methode bleek te werken maar was zeer arbeidsintensief en niet heel praktisch. Sommige fabrikanten vervingen de hennepkoordjes door iets steviger (ijzer)draadjes, waardoor men een betere afsluiting van de fles kreeg maar dat leverde dan weer problemen bij het ontstoppen omdat er een speciale tang voor nodig was. Om zich niet meer te kwetsen bij het ontstoppen van de champagneflessen werd er dan maar een ring gemaakt in de ijzerdraadjes en werden voorgevormde draadjes gebruikt. Aan deze ring werd vaak een loden pastille gehangen met het woord champagne er in gegraveerd.

Toen de doppen al iets beter op de flessen bleven zitten was het probleem nog niet opgelost want de opgebouwde  druk zocht dan maar een andere uitweg, namelijk via het zwakste deel van de fles, de bodem. Champagne maken en drinken in die tijd was een bezigheid met groot gevaar voor lijf en leden want ofwel knalde er een houten dop uit de fles ofwel de glazen bodem.

De tweede persoon, belangrijk in dit verhaal was Adolphe Jacquesson, zoon van een wijnhandelaar uit Châlons-en-Champagne. adolphe jacquessonHij was zich bewust van het gevaar en de (financiële) verliezen van brekende flessen als gevolg van schokken, weersveranderingen en ratten die de koordjes rond de stoppen doorbeten. Er moest dus iets gebeuren.

De slechte kwaliteit van de flessen werd ondertussen verholpen door de Engelsen, die door hogere temperaturen bij het glasblazen betere flessen maakten. Ze gebruikten daarvoor steenkool in plaats van hout. Nu nog een oplossing voor de stoppen vinden.

Jacquesson zette zich aan het denken en op een dag in 1844 had hij de oplossing. Om alles op zijn plaats te houden verving hij de koordjes door ijzerdraad en gebruikte lichte ijzeren of tinnen plaatjes, rond van vorm en van dezelfde grootte als het bovenste deel van de kurk. Rond 1880 was de eerste muselet geboren en van dan af aan ging het zeer snel. Flessen konden vanaf nu ook gemakkelijk op machinale wijze worden gedicht en al snel werden de capsules verfijnder en werd ingezien dat deze konden versierd worden met logo’s enzovoort. Deze capsules of “plaques de muselet” zijn tegenwoordig echte kunstwerken geworden, mooi geëmailleerd, glanzend en vaak fel gekleurd, en vele dragen het logo van de wijn producent.

Placomusofielen verzamelen dus deze koepelvormige, decoratieve metalen capsules die de kurken van de champagneflessen beschermen.

NM.